Chelatietherapie voor spierreuma

Het woord chelatie is afgeleid van het Griekse chele, dat schaar (van een krab of een kreeft) betekent. Chelatie is het proces van het vangen van positief geladen metaaldeeltjes (ionen) door bepaalde chemische verbindingen. De ruimtelijke vorm van deze verbindingen doet enigszins denken aan een schaar, of aan een tang. De bek van deze tang bestaat uit twee negatief geladen delen. Het metaalion wordt hiermee aangetrokken en vervolgens ingesloten. Het ontstane complex wordt chelaat genoemd. Dit is dan ook de basis van Chelatietherapie.

Verlichting van uw pijn?
Transcutane Elektrische Neuro Stimulatie zorgt voor aanzienlijke vermindering van uw pijn.
KLIK HIER

Ontdekking van chelatie

Het technische principe van chelatie, het invangen van metaalionen door bepaalde stoffen, wordt in 1893 ontdekt door de Zwitserse Nobelprijswinnaar Alfred Werner. In de daaropvolgende decennia wordt chelatie intensief onder laboratoriumomstandigheden bestudeerd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog gaat het onderzoek zich richten op therapeutische toepassingen van chelatie: men hoopt het proces te kunnen gebruiken tegen vergiftiging door strijdgassen, en later, met de ontwikkeling van kernwapens, tegen vergiftiging met (radioactieve) zware metalen.

Medische toepassing

Na jaren van proefnemingen om de precieze werking en eventuele giftigheid vast te stellen wordt de chelerende stof EDTA in de Verenigde Staten in 1948 gebruik genomen tegen loodvergiftiging. Sinds 1951 wordt het op grote schaal toegepast. Het blijkt dan dat patiënten die in eerste instantie tegen loodvergiftiging behandeld worden, maar die ook lijden aan met aderverkalking samenhangende aandoeningen, op beide gebieden sterk vooruit gaan. In 1957 worden de eerste klinieken opgericht die zich ook specifiek richten op chelatietherapie tegen hart- en vaatziekten. Vanaf dat jaar groeit het aantal gespecialiseerde klinieken in de Verenigde Staten gestaag. Tevens wordt chelatietherapie in verschillende ziekenhuizen toegepast.

Chelatietherapie is niets meer dan het door middel van een speciale infusie-oplossing verwijderen van metaaldeeltjes uit het bloed. Het lichaam wordt zo gezuiverd van (meestal giftige) zware metalen, en van overtollig, opgehoopt calcium, dat bij een te grote concentratie voor een blokkade van een aantal biologische processen verantwoordelijk is. Door deze "schoonmaak" zet chelatietherapie een reactie in werking die een groot aantal degeneratieve processen kan terugdringen of zelfs kan omkeren. In DEEL 2 gaan wij nader op de wetenschappelijke achtergronden in; hier duiden wij slechts aan welke effecten een reeks chelatiebehandelingen bij verschillende indicaties kan hebben. De meeste hierna beschreven indicaties hangen samen met aderverkalking. Dit is een door de wetenschap nog steeds niet geheel begrepen proces, dat in ieder lichaam in meerdere of mindere mate plaatsheeft. Aan vaatvernauwing gerelateerde kwalen vormen in ons land dan ook de belangrijkste doodsoorzaak. Chelatietherapie bestrijdt aderverkalking door het natuurlijke weerstandsvermogen van de cellen van de vaatwanden en de bloedbestanddelen te vergroten.

Preventief of therapeutisch?

Chelatietherapie kan zowel bij beginnende als vergevorderde aderverkalking effect hebben. In de latere stadia heeft chelatie een therapeutisch effect: het helpt klachten te bestrijden en waar mogelijk te genezen. In het beginstadium werkt chelatie preventief: beginnende kalkvorming (waar men nog geen last van hoeft te ondervinden) wordt tegengewerkt, terwijl de cellen zodanig gezond worden dat toekomstige aderverkalking bemoeilijkt wordt. Voor preventie door middel van chelatietherapie is veel te zeggen.
De indicaties waarbij chelatietherapie kan worden voor-geschreven zijn in latere stadia vaak nog slechts symptomatisch te bestrijden – dat wil zeggen dat bestaande klachten kunnen worden weggenomen, maar niet meer duurzaam genezen. Daardoor kan de situatie ontstaan dat men steeds vaker met min of meer dezelfde klachten een specialist moet opzoeken en langzamerhand afhankelijk raakt van de medische stand. Vaak zal dit gepaard gaan met ziekenhuisopnames, met alle spanningen van dien. Deze situatie blijkt echter vaak te vermijden. Toegepast in een stadium waarin zich nog geen klachten geopenbaard hebben (maar wél te verwachten zijn, bijvoorbeeld in geval van hoge bloeddruk of een hoog cholesterolgehalte) is chelatie des te meer aan te bevelen.
De verwachting is dat mensen die regelmatig een preventief chelatie-infuus laten toedienen hun kansen verhogen om tot op hoge leeftijd gezond en vitaal te blijven. In de praktijk zullen de meesten waarschijnlijk pas aan het alternatief van chelatietherapie denken als zij concrete klachten hebben. In dat geval is de werking natuurlijk in de eerste plaats therapeutisch. Meestal zal de arts echter na de behandeling (standaard twintig infusen) eenmaal per twee maanden een vervolg in-fuus voorschrijven om het verkregen resultaat te consolideren en hernieuwde klachten te voorkomen.
Indicaties

  • Angina pectoris. Angina pectoris, oftewel pijn in de hartstreek als gevolg van zuurstoftekort, is een direct gevolg van vaatvernauwing in de kransslagaderen. In een verder gevorderd stadium kan dit tot een hartaanval leiden. Daarom kan een zgn. by-pass operatie noodzakelijk zijn.Dit is een zeer ingrijpende operatie, waarbij dichtgeslibde kransslagaders worden omzeild door delen van een ader uit het been als omleiding (bypass) aan te brengen. De operatie bestrijdt echter uitsluitend de gevolgen van aderverkalking. Het proces gaat ook na de operatie door. Als de bypass zelf al niet dichtslibt, blijft de kans bestaan op dichtslibbing van andere kransslagaderen. Toegepast in een vroeg stadium kan chelatietherapie wél het aderverkalkingsproces remmen. Hiermee kan mogelijk een operatie vermeden worden.

Is deze echter noodzakelijk, dan kan chelatie helpen het resultaat te stabiliseren.

  • Pijn in de benen als gevolg van onvoldoende doorbloeding. Met name bij de aandoening claudicatio intermittens, oftewel rokers- of etalagebenen, worden met chelatietherapie zeer goede resultaten bereikt. De ernst van de klachten is af te lezen aan het aantal meters dat de patiënt kan lopen voordat dit hem door de pijn onmogelijk wordt. Het blijkt dat chelatie bij de ernstigste klachten, waarbij de patiënt nog maar enige tientallen meters zonder pijn kan lopen, de grootste therapeutische werking heeft: deze patiënten kunnen na behandeling vaak weer pro-bleemloos honderden meters lopen, of de klachten verdwijnen volledig. Conven-tionele behandelwijzen (afgezien van operaties) bieden bij de voortgeschreden vorm van etalagebenen juist geen verbetering meer. Is het stadium van gangreen (weefselversterf) ingetreden, dan is de kans op genezing door middel van chelatie relatief klein. Er zijn echter wel degelijk genezingen waargenomen, waarbij een voorgenomen amputatie kon worden afgelast.
  • Vaatvernauwing in de hersenen: Beroertes en geheugenafwijkingen. Aantasting van de vaten in de hersenen heeft een bemoeilijkte zuurstofvoorziening tot gevolg. Dit kan leiden tot beroertes: aanvallen van duizeligheid, spraakverlies en verlamming. Een ander effect is geheugenzwakte. Sommige geheugenafwijkingen kunnen leiden tot seniliteit. In het beginstadium, met nog lichte geheugenstoornissen, kan chelatietherapie een gunstig effect hebben. Chelatietherapie werkt echter niet bij seniliteit als gevolg van de ziekte van Alzheimer, en evenmin bij ver voortgeschreden seniliteit als gevolg van aderverkalking. Eenmaal aangerichte schade aan de hersenen na een beroerte zal door chelatietherapie niet herstellen, maar de therapie kan wel een belang-rijke rol spelen om nieuwe aanvallen te helpen voorkomen.
  • Te hoge bloeddruk. Hoge bloeddruk is een van de oorzaken van aderverkalking, alsmede van een groot aantal andere aandoeningen. Chelatietherapie heeft hier effect door verbetering van de calciumhuishouding in de cellen, waardoor de bloeddruk in vele gevallen langzaam normaliseert.
  • Te hoog cholesterolgehalte van het bloed. Mensen met een verhoogd cholesterolgehalte hebben een verhoogde kans op hart- en vaataandoeningen. Voor hen is preventie door chelatietherapie extra aan te raden: regelmatig blijkt dat het cholesterol-gehalte van het bloed omlaag gaat.
  • Vermoeidheid, afname van de vitaliteit. Vrijwel iedereen die chelatie-therapie ondergaat verklaart zich dankzij chelatietherapie fitter, levenslustiger en minder vermoeid te voelen.
  • Reuma. Bij reumatoïde arthritis (chronisch reuma) heeft chelatie een pijnstillend effect. Dit is echter niet blijvend; onderhoudsinfusen zijn noodzakelijk, ook op lange termijn. De volgende indicaties zijn secundair: d.w.z. dat regelmatig verbetering waargenomen wordt, maar dat dit uitsluitend als plezierig bijverschijnsel gezien mag worden.
  • Spataderen in de bene. Deze veranderen door chelatietherapie niet van uiterlijk, maar de ermee samenhangende klachten, zoals bijvoorbeeld het zware gevoel, ziet men vaak duidelijk verminderen.
  • Gezichtsaandoeningen. Veel ouderen merken op dat ze na een serie behandelingen weer scherper zien. Dit hangt waarschijnlijk samen met een verbeterde doorbloeding van het netvlies.
  • Hardhorendheid

Een soortgelijke ervaring wordt waargenomen met betrekking tot hardhorendheid. Wellicht heeft het effect te maken met het tegengaan van beginnende otosclerose (sponsvormige botvorming in het middenoor door aderverkalking).
Samenvattend:Chelatietherapie is het zuiveren van het vatenstelsel van calcium en zware metalen. Het resultaat is een betere doorbloeding. Daarom kan chelatietherapie een effectieve preventie zijn tegen hart- en vaataandoeningen. Daarnaast kan chelatie in veel gevallen therapeutisch werken bij bestaande klachten.

Wetenschappelijke achtergronden van chelatie. Wat is chelatie?

Chelerende stoffen.
Het woord chelatie is afgeleid van het Griekse chele, dat schaar (van een krab of een kreeft) betekent. Chelatie is het proces van het “vangen” van positief geladen metaaldeeltjes (ionen) door bepaalde chemische verbindingen. De ruimtelijke vorm van deze verbindingen doet enigszins denken aan een schaar, of aan een tang. De “bek” van deze tang bestaat uit twee negatief geladen delen. Het metaalion wordt hiermee aangetrokken en vervolgens ingesloten. Het ontstane complex wordt chelaat genoemd.

EDTA
EDTA is een afkorting van ethyleen-diamine-tetra-azijnzuur.Het is een synthetisch product, ontwikkeld in de jaren ’30. EDTA vormt complexen met ionen van o.a. ijzer, kwik, koper, lood, nikkel, zink, cadmium, kobalt, aluminium, mangaan, calcium en magnesium. In experimentele omstandigheden worden de metalen in bovenstaande volgorde gecheleerd: de zwaarste metalen het eerst, de lichtste het laatst. Toegediend aan het lichaam is de volgorde anders als gevolg van de interactie met andere enzymen. Het principe blijft echter gelijk: EDTA heeft de grootste affiniteit voor de (meestal giftige) zware metalen, waar het de meest stabiele complexen mee zal aangaan.

Toepassing van chelatie in het menselijk lichaam

De werking van EDTA
Behalve het vermogen complexen met metaalionen aan te gaan, beschikt EDTA over een combinatie van eigenschappen die het geschikt maken voor therapeutisch gebruik. Deze zijn:

  • oplosbaarheid in water:
  • het zal zich niet afzetten op de vaatwand;
  • ongevoeligheid voor metabolisme: er zijn in het lichaam geen stoffen aanwezig die het EDTA of de gevormde complexen afbreken;
  • kleine moleculaire omvang: hierdoor kan het door de nieren uitgescheiden worden; tenslotte een optimale chelerende activiteit bij de pH-waarden in het lichaam.

* Toegediend in het vaatstelsel zullen de EDTA-ionen complexen aangaan met vrije of los gebonden metaal-ionen. Deze complexen worden via de nieren afgevoerd.

Zware metalen
Zoals voorheen al werd opgemerkt, bindt het EDTA allereerst de in de weefsels opgehoopte zware metalen. Deze kunnen door inademing of voeding in het lichaam terecht zijn gekomen en zijn doorgaans giftig. De vorming van een complex met EDTA houdt op zich al een ontgifting in. Het metaalion wordt “ingekapseld”, en kan geen schadelijke invloed meer uitoefenen. Via de nieren verdwijnen de metalen definitief uit het lichaam. Overigens wordt na een chelatiebehandeling een aantal voor het lichaam wel noodzakelijke metalen, de zogenaamde sporenelementen, door middel van tabletten weer aangevuld. Het verwijderen van giftige zware metalen is de eenvoudigste, en historisch gezien ook de eerste toepassing van chelatietherapie.

Werkzaamheid van EDTA tegen aderverkalking
Het bestrijden van aderverkalking (atherosclerosis) met behulp van EDTA is een ingewikkelder proces. Het wordt wel eens vergeleken met het ontkalken van een koffiezetapparaat: zoals de kalkaanslag in azijn wordt opgelost, zo zouden de kalkcomplexen in de aderen opgelost en uitgescheiden worden door het aan azijnzuur verwante EDTA.
Deze analogie geeft echter een onjuist beeld van wat er in werkelijkheid gebeurt. EDTA bindt metaal-ionen, in dit geval calcium-ionen, uit het bloedplasma en voert deze uit het lichaam af. De calciumconcentratie van het bloed wordt echter door bepaalde hormonen op peil gehouden. Zakt nu de normale concentratie, dan treden deze hormonen in werking om de balans te herstellen. Calcium-ionen worden aan de cellen van de vaatwand onttrokken, waardoor een aantal degeneratieve processen in de cellen gekeerd wordt. Let wel: bij dit alles komt er geen EDTA in de cellen. Het cheleert slechts de in het bloedplasma opgeloste ionen en wordt binnen 24 uur door de nieren afgevoerd.

Herstel enzymsystemen
Chemische reacties in de cellen vinden plaats met behulp van een groot aantal verschillende enzymen, katalysatoren die zich tijdelijk kunnen binden aan een beperkt aantal substraten, aangevoerde ‘voedingsstoffen’. De meeste enzymen in het lichaam hebben om te kunnen functioneren een zekere hoeveelheid van bepaalde metaalionen nodig. Deze werken op verschillende manieren met de enzymen samen. Bij een groot aantal is het werkzame metaal magnesium.
Omdat het calcium-ion op het magnesium-ion lijkt, kan dit in geval van een overmaat aan calcium het magnesium vervangen. In dat geval vervalt de werking van het enzym in kwestie geheel of gedeeltelijk. Het gevolg is een verminderd functioneren van de cel. Door indirect via de celwand calcium aan de cellen te onttrekken wordt de calcium-magnesium-balans hersteld, waardoor de buiten werking gestelde enzymen hun taak weer kunnen hervatten. De meeste enzym-substraat-reacties zijn evenwichtsreacties: de producten kunnen door het enzym weer omgezet worden in het substraat. Bij een overmaat aan calcium-ionen wordt deze omgekeerde reactie onmogelijk gemaakt doordat bepaalde producten neerslaan met calcium. Deze vormen de complexen die zich tussen de cellen ophopen en een bestanddeel van de zgn. “plaque” vormen, de verdikkingen van de vaatwand die typerend zijn voor aderverkalking. EDTA kan dit schadelijke proces positief beïnvloeden door de calciumovermaat weg te nemen. De enzym-substraat-reacties worden weer omkeerbaar. De natuurlijke balans wordt hersteld, terwijl geen nieuwe calciumcomplexen meer gevormd worden.

Herstel intracellulaire membranen
De membranen van celdeeltjes als mitochondria en lysosomen zijn onderhevig aan afbraak door zogenaamde “vrije radicalen”, zeer reactieve moleculen of, in dit geval, ijzer- en koperionen. EDTA cheleert deze metaaldeeltjes weg, waardoor de celdeeltjes weer optimaal kunnen werken. Mitochondria zijn de ‘energiecentrales’ van de cel: de in de mitochondria aanwezige enzymcomplexen zetten de chemische energie van de voedingsstoffen om in andere vormen van energie. Ook handhaven de mitochondria de balans tussen de verschillende aanwezige metaalionen.
EDTA kan derhalve de gezondheid en het eigen regeneratievermogen van decellen verbeteren.

Effect EDTA op de rode bloedlichaampjes
Globaal hetzelfde vindt plaats in de rode bloedlichaampjes (erythrocyten). Dit zijn in feite ook een soort cellen, en zij zijn net als de cellen van de aderwand aan degeneratieprocessen onderhevig. Dit heeft zijn weerslag op de elasticiteit: door een verstoorde calciumbalans verharden ze, en kunnen ze niet meer door de fijnste haarvaatjes stromen. EDTA heeft (weer indirect, want het kan niet in de bloedlichaampjes komen) hetzelfde effect als op de cellen van de aderwand: met name het herstel van de werking van de mitochondria zorgt ervoor dat de bloedlichaampjes weer “soepel” worden. Het gevolg is een betere doorbloeding van de weefsels.

Effect EDTA op bloedplaatjes
Bloedplaatjes (trombocyten) spelen een rol bij de stolling van bloed, en het herstellen van beschadigingen van de vaatwand. Bij een verstoorde calciumhuishouding in het bloed kan dit proces uit de hand lopen: bloedplaatjes klonteren te hevig samen. Hierdoor verslechtert de doorbloeding van de vaten en ontstaat kans op een trombose.

Bij het samenklonteren veranderen de bloedplaatjes sterk van vorm: normaal zijn ze schijfvormig, nu vormen ze lange uitlopers. Via een nog niet geheel begrepen proces herstelt EDTA de normale vorm van de bloedplaatjes, waardoor het samenklonteren stopt, en in het algemeen de toegenomen neiging tot stollen van het bloed vermindert.
Andere eigenschappen van EDTA

Is EDTA giftig?
De dosis waarbij 50% van een groep proefdieren sterft (dit heet de LD50), van in de ader toegediend EDTA, is ongeveer 2 gram per kilo lichaamsgewicht. Ter vergelijking: de LD50 van aspirine (via de mond toegediend) is 0,5 gram per kilogram lichaamsgewicht.
Bij de in de praktijk gebruikte doses (nooit hoger dan 50mg/kg) zijn heftige toxische reacties dan ook zo goed als uitgesloten. Onder deskundige medische begeleiding is chelatietherapie daarmee wellicht een van de meest veilige therapieën die op het moment gepraktiseerd worden.

Bron: Beyondmedicine.nl


Ontstekingsremmer Curcumine

Curcumine is afkomstig uit de wortel van de plant curcuma longa. Het staat bekend als een uitstekende ontstekingsremmer en zorgt voor soepele gewrichten. Net daarom worden Curcumine capsules vaak gebruikt door mensen die kampen met reumatische pijn. Meer over Curcumine...